Copyright © Alle rechten voorbehouden. zaansedoodles. Gebruiksvoorwaarden   KvK nummer 60113987 BTW nummer 188492203B02

In begin jaren 70 is er in Australië een onderzoek gestart door de Australische Blinden Organisatie met als doel een perfecte blindengeleidehonde te fokken. Men is daar begonnen met de Labrador en de Standaardpoedel. De eerste honden waren super. Niet alleen waren ze erg slim en makkelijk te trainen, sommige hadden een vacht die niet verhaarde, geen hondengeur  had en geen allergische reacties veroorzaakte.

Rutland Manor Labradoodles , en Tegan Park zijn verder gegaan waar andere stopten , het heeft natuurlijk flink wat tijd gevraagd om tot de uiteindelijke ALD te komen. Ze  hebben vanaf 1980 een heel fok programma opgezet.

Dit heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat er een hond ontstond die voor 98% hypo allergeen is, veel minder ruikt naar hond dan een ander ras, ook is het ras super slim en daardoor goed te trainen.


Een geweldige oplossing voor de meeste mensen met astma, copd, of een honden allergie die toch graag een (hulp)hond willen of nodig hebben.


Op dit  moment is de ALD een heel slim ras en geschikt als huishond maar zeker ook als hulphond voor diverse doeleinden.


Hieronder kan je het verschil zien tussen een gewone labradoodle en de Australian labradoodle

Ze zijn hoofdzakelijk Poedel en labrador waarbij dan de 4 andere rassen door Engelse Cocker Spaniël, Amerikaanse Cocker Spaniël, Ierse Water Spaniël, Curly Coated Retriever er in kleine hoeveelheid bij is gedaan ( je spreekt van infusion)



Fokschema Australische Labradoodle


De Australian labradoodle is een populaire hond. Niet zonder reden, het is een echte familiehond: sociaal, intelligent, sportief en heel goed te trainen. Tel daarbij op dat hij niet verhaart en gehouden kan worden door mensen met een hondenallergie en je hebt een unieke hond. Voordat u tot aanschaf overgaat is het belangrijk te weten dat er verschillende soorten labradoodles zijn.


De Australian labradoodle is een prijzige hond en helaas trekt dat fokkers aan die zelf labradors en poedels kruisen en die ook labradoodles noemen. De Australian Labradoodle is namelijk nog geen erkend ras en de naam is derhalve nog door iedereen vrij te gebruiken. Helaas ontstaan hierdoor andersoortige labradoodles. Vergelijk het maar met herders. Er zijn Duitse herders, Hollandse herders, Mechelse herders etc. Allemaal herders, maar toch zeer verschillende honden. Zo is het ook met labradoodles, laten we ze voor het gemak Australian labradoodles en ''gewone'' labradoodles noemen.


Hoe herken je een ''gewone'' labradoodle ?

- Worden veelal via Marktplaats en andere advertentie sites aangeboden.

- Vaak is hiervoor geen wachtlijst

- Vader en/of moeder is een labrador en/of een poedel

 (of opa/oma of overgrootvader/overgrootmoeder)

- Geen Australian Labradoodles in de stamboom (vraag die altijd op !)

- De prijs is vaak de helft of meer lager


Wij zeggen overigens niet dat deze ''gewone'' kruisingen niet goed zijn en dat er iets mis mee is, integendeel, het kunnen net zo goed hele lieve, sociale honden zijn en de kans is ook aanwezig dat ze niet verharen. De nadruk ligt hier op kans en op kunnen. Want daarin zit het verschil. De kans is aanwezig dat ze toch verharen, en de kans is aanwezig dat het karakter uiteindelijk toch net anders blijkt te zijn. Het is geen pretje om een hond na een jaar te moeten herplaatsen omdat u toch een allergische reactie krijgt, of dat de hond net wat dominanter blijkt te zijn dan de gemiddelde Australian labradoodle. U heeft recht op deze informatie zodat u een goede afweging kunt maken. Als allergie niet speelt, en kunt u goed met honden overweg zodat u de hond in toom kunt houden, dan volstaat een '' gewone' labradoodle prima. Bent u allergisch dan is de hieronder beschreven informatie voor u van belang.


Verschillen ''gewone'' en de Australian labradoodle

Wij geven u hier het officiële fokschema van de Australian labradoodle en geven u aan waar de ''gewone'' labradoodle stopt en de Australian labradoodle verder gaat in ontwikkeling. De eerste keer dat u dit leest zal het wellicht duizelen vanwege de verschillende coderingen, de 2e keer zal het al snel duidelijk worden dat de verschillen tussen de labradoodles groot zijn. Het is een technisch verhaal maar geheel conform de richtlijnen van de Australian Labradoodle Association.


Definities:

AL        Australian Labradoodle

ALF       Australian Labradoodle Foundation Dog  -> soort voorloper

ALF0     Australian Labradoodle basis fokhonden

LO        Kruising Labrador x Poedel   (ook wel aangeduid als F1/F1B/F2 labradoodle)

S          Kruising Cocker Spaniel x Poedel (ook wel Spoodle genoemd)


Basishonden:

L  Labrador

P  Poedel

C  Cocker Spaniel


Nu we de codes kennen kunnen we gaan kruisen. Vanzelfsprekend zijn hier regels voor opgesteld. Wij zullen deze hier bespreken en toelichten:

LO1  kruising labrador x poedel  (ook wel F1 labradoodle)

LO1 x LO1  geeft een LO2  (wordt ook wel F2 genoemd door ''gewone'' fokkers)

LO2 x LO2  geeft een LO3

LO1 x Poedel geeft een LO2 (deze kruising wordt ook wel F1B genoemd door ''gewone'' fokkers)

etc.


ALF1      =          Eerste generatie labradoodle

ALF1 x ALF1        geeft een ALF2

ALF2 x ALF2        geeft een ALF3

ALF3 x ALF3        geeft een pure AL   -> Australische Labradoodle (pure bred zoals dat heet)


ALF1 tot en met ALF3 worden ook wel Multigen Labradoodles genoemd.

Vanaf ALF4 (4e generatie) is de naam Australian labradoodle (pure Australian Labradoodle)


Een LO promoveert naar ALF1 alleen als deze gekruisd wordt met een AL of ALF (maakt niet uit welke generatie)

of met een Cocker Spaniel of met een Spoodle. Dus:

LO1 x ALF3         = ALF1

LO3 x ALF2         = ALF1

LO2p x C            = ALF1

LO2 x S              = ALF1

etc.  


Als zo’n kruising een haar verliezende vacht heeft dan wordt het een ALF0. Een pup van een ALF0 kan alleen een ALF1 worden als de andere ouder een geen-haar-verliezende ALF1 is, of een Poedel of een AL.  De ‘’gewone’’ labradoodle komt veelal niet verder dan de LO-status, ook omdat deze fokkers vaak niet de beschikking hebben over een ALF of AL.


Als je een LO1 met een LO1 kruist (resultaat LO2 ookwel F2 genoemd) dan heeft 40% van de pups vaak de genetische kenmerken van een poedel (zijn dus gewoon poedels), 40% heeft de genetische kenmerken van een labrador (zijn dus gewoon labradors), de resterende 20% hebben de eigenschappen die de basis kunnen geven voor een labradoodle. Alleen deze 20% zijn eventueel geschikt om mee verder te fokken teneinde tot een AL te komen. Of hier echt rekening mee gehouden wordt wagen wij te betwijfelen.


Nogmaals, wij willen deze ‘’gewone’’ labradoodles niet afkraken, integendeel. Wij beogen alleen de verschillen uit te leggen want voor veel mensen worden alle labradoodles op 1 hoop gegooid en dat is zeer ten onrechte.Ook ALF honden zijn nog geen volwaardige Australian labradoodles, daar moeten immers nog 3 opeenvolgende generatie ALF-kruisingen aan vooraf gaan.


Samengevat:

De ''gewone'' labradoodle is een kruising tussen een labrador en een poedel.

Een eerste Multigen labradoodle is een kruising tussen een ''gewone'' labradoodle en een Multigen of een Australian labradoodle.

Andere multigen labradoodles zijn 1e, 2e of 3e generaties labradoodles, deze hebben ook een hoge mate van allergie vriendelijkheid.

De 4e opeenvolgende generatie van een Multigen labradoodle wordt pas een Australische Labradoodle genoemd

Zodra weer een poedel ingekruisd wordt begint men weer als eerste generatie multigen, en gaat men niet verder als Australian labradoodle.


Wanneer is bovenstaande informatie van belang ?

Tot de AL-status loopt u het risico van een haar-verliezende vacht, ander karakter of andere genetische afwijkingen. Als u allergisch bent voor honden dan loopt u een risico als u een LO of een eerste ALF-kruising aanschaft. Ook als u de hond aanschaft vanwege zijn sociale, hooggevoelige karakter kan het zijn dat deze niet overeenkomt met uw verwachtingen. Dat kan van belang zijn als u bv. een kind met een autistische stoornis of andere afwijking heeft. Zoekt u gewoon een leuke hond, dan kunt u volstaan met deze tips hoe u een goede hondenfokker herkent. Wij willen hier nog aan toevoegen dat u altijd de stamboom van de ouders moet opvragen, dan kunt u zien wat voor honden in de bloedlijnen zitten en uw conclusies trekken.



Met dank aan happydoodles waar ik een groot deel van de tekst van mocht gebruiken


Geschiedenis